Biografie

 

Lisa werd geboren op  25 maart 1958 op het woonwagenkamp aan de Kaldenkerkerweg te Venlo.

Haar naam werd  Elisabeth Massing Weiss

Vader Kobus Massing Weiss is een Sinto en moeder Mieke Lutgens is een Nederlandse ‘reiziger’ op het kamp.

Vader Kobus verdiende zijn geld met boksen. Hij reisde door het hele land en trad op kermissen op.

Lisa herinnert zich hoe de woonwagen heen en weer ging tussen de Kleine Hei in Venlo en een kamp in Den Haag

waar de familie van vader woonde.

Ze was 5 jaar toen haar ouders gingen scheiden.

Ze zou haar vader daarna een groot aantal jaren niet meer zien.

Lisa was nog lang ontroostbaar en opstandig over de afwezigheid van haar vader.

Haar moeder hertrouwde, en de stiefvader adopteerde Lisa. Ze verhuisden naar een afgelegen plek, in de buurt van Venlo, midden in de bossen.

Lisa heette nu ineens Betje van Susteren.

Dat merkte ze voor het eerst toen de meester op school haar zo noemde.

Het was alsof haar verleden werd uitgewist op dat moment. Nog intenser had ze dit gevoel op de dag dat de woonwagen uitbrandde. Lisa was toen ca. 12 jaar.

Alles was ze kwijt zoals haar foto’ en haar mooie blauwe jurk. Niet alleen foto’s waar ze op stond, maar ook foto’s die ze zelf had gemaakt.

Ze bewaarde de foto’s als kostbaarheden in dozen onder haar bed. Ze fotografeerde vooral kinderen.

Ook de woonwagens met de bewoners, en haar pony Sammy. Ze heeft er als kind altijd van gedroomd om fotografe te worden.

Sinds ze zo veel verloren heeft, voldoet het fotograferen aan een innerlijke noodzaak om haar leven te documenteren met foto’s.

 

Haar paard La Bella was haar grootste vriend.

La Bella droeg haar, gaf haar warmte, liet zich door Lisa beteugelen.

Een paard past bij het leven van een nomade, en is daarin zelfs onmisbaar.

Voor de Sinti is het paard een heilig dier.

Als je het goed aanstuurt, kom je in de hogere werkelijkheid. Om de stress te ontvluchten ging de jonge Lisa rijden.

De bossen in. Hoe vaak was ze daar wel niet? Ze leefde van de natuur en van wat de boeren op het land verbouwden.

In de natuur was rust. Daar was ze gelukkig. Ze sliep in het zonnetje. Als ze wakker werd, hoorde ze de vogels fluiten.

Dit diepe natuurgeluk staat in schril contrast met wat het leven vaak aan belemmeringen brengt voor iemand die in een woonwagen is geboren.

Je wordt in deze wereld al snel afgewezen op je afkomst. Je hoort er niet gezellig bij. Men spreekt je niet aan op je talenten.

Bovendien is Lisa ‘slechts’ een halve Sintezza, geen  echte woonwagenbewoner, maar ook geen burger.

Want alleen haar vader was een Sinto en ze was niet geboren in een normaal huis. Ze was een mens die in een soort niemandsland leefde.

Voor Lisa loopt dit als een lint van onzekere gevoelens door het bestaan, en zij is daarmee verweven. De opgave is om daar bovenuit te groeien.

 Sinds de woonwagenbrand heeft Lisa altijd het idee gehad  dat ze vanuit een koffertje moet leven.

Het koffertje waarin zij haar identiteit als een kleinood met zich draagt, waarin ze haar foto’s bewaart en haar ‘muziek’ in de vorm van cd’s.

 

Ook dit koffertje geeft weer het gevoel dat ze nergens bij hoort. Dat ze altijd een subcultuur op zichzelf is geweest.

Veel mensen zitten vast omdat ze hun bezittingen moeten beschermen. Een nomade vestigt zich niet definitief en heeft geen vaste plek met bezittingen die hij moet beschermen.

Hij trekt steeds maar verder naar waar zijn vleugels hem dragen.

 

Bij diensten van de Christenen uit Nuenen  en de Sinti in Venlo deed Lisa de nodige zangervaring op.

Haar zus was lid van de Venlose Bijbelgemeente en zodoende kwam ze in contact met de Christenen.

De muziek sprak haar wel aan, maar eigenlijk voelde ze meer affiniteit met de wereldse muziek.

Een Sintezza sprokkelt de zang- en gitaarkunst onderweg bij elkaar, zij haalt de know how uit ontmoetingen met andere musici.

Zoals op alle plekken waar Sinti en Roma muziek maken.

Van de Venlose Ronny Timmermans leerde ze goed hoe akkoorden werken.

Later leerde ze veel door aanwezig te zijn bij de zanglessen van Willy Caron, de vader van haar toenmalige man.

Zo kwamen er steeds mensen op Lisa’s pad van wie ze veel opstak, wat ze dan weer integreerde in haar eigen muziek.

 Op 17-jarige leeftijd had ze met haar eerste man een bloemenzaak gehad in Hannover.

Het was een goed lopende zaak. Op een gegeven moment hadden ze zelfs 15 mensen aan het werk.

 Lisa trad later op bij  Sinti-festivals in  Frankrijk. Ze zong daar o.a. met de gitarist Paulus Schäfer.

Eens prijkte zelfs haar foto op de voorpagina van een krant te Nancy.

Uit dit alles is het nummer Ut roëzig Laeve gebaseerd op La vie en roses van Edith Piaf voortgekomen.

In het verlengde hiervan maakte ze samen met Gino Taihuttu de cd Betje & Gino. 2009

De productie was  in handen van Martijn Alsters en Gino.

Lalla Weiss, Lizzy Schäfer en Marie Grunholz  hielpen Lisa met de songteksten goed  in het Romanes te zetten.

Van Gerry Abels en Loek Sijben leerde Lisa toneelspelen.

Zij gaven eind jaren 80 cursussen in de Maaspoort en in Theater de Garage.

Gerry voelde Lisa goed aan omdat ze van Indonesische afkomst was,

en dus goed wist wat het is om tussen twee culturen te zitten. Lisa speelde mee in allerlei stukken.

O.a. in Drie Zusters van Anton Tsjechov.

De Venlose historica Mariet Verberkt zag Lisa in 2011  op tv het lied ‘Vergeten kan ik niet’ zingen in kamp Westerbork.

Uit dit moment ontstond een intensief contact tussen beiden.

Samen hebben ze gesproken en gedroomd over een project waardoor voor iedereen alles kenbaar zou worden  over het oorlogsverleden van de woonwagenbewoners

en alle namen van slachtoffers konden worden uitgesproken.

In het bijzonder kwam nu het lot van de baby Margaretha onder de aandacht.

Deze kleine Sintezza vond in Auschwitz-Birkenau haar dood.

Langzaam is het idee voor een project verder uitgegroeid.

Door Mariets hechte samenwerking met het archief werd de landelijke tentoonstelling ‘Oorlogskind’  in het Gemeente Archief van Venlo gehouden.

Lisa bracht samen met haar familie een bezoek aan Auschwitz-Birkenau, waarbij ook haar vader Kobus was.

Dit bezoek heeft een onbeschrijfelijke indruk op haar gemaakt en heeft  haar geconfronteerd met het diepe leed van haar roots.

Lisa heeft In Auschwitz gezongen bij het monument  van Sinti en Roma.

Na het overlijden van Mariet Verberkt, ontstond er de werkgroep ‘Margaretha leeft’.

Behalve Lisa zitten in deze werkgroep: Mieke Verhaegh, Martijn Alsters, Peter Jorna en Henk van Beurden.

Ze hebben o.a. een scholenproject gerealiseerd.

Lisa ontving in haar theatertje aan de Casinoweg  de leerlingen van diverse schoolklassen en ze ging met hen naar het kamp.

Er werd een speciale cd Margaretha gemaakt (2012).

Verderop leest u meer over Margaretha en het project.

 

Een belangrijke steun bij alle projecten is Will Falize, de zoon van Lisa. Hij zorgt als professional voor de mooie foto’s en is haar steun en toeverlaat.

 

Thans wordt Lisa gecoacht door de Letse zangpedagoge Maara Brahmane.

Lisa heeft inmiddels al heel wat  optredens op haar naam staan:

Kunst in de Kamer Waalre, Gipsy Roots Festival Best, Westerbork herdenking,

Cultureel programma Auschwitz herdenking RAI Amsterdam, Theaterhotel De Oranjerie Roermond,

Stichting Forum Utrecht. Limburgs Museum, Museum Bommel van Dam, Utrecht swingt Delano,

herdenking 2e wereldoorlog Venlo, Nach van het Limburgse Leed.enz

Lisa’s optredens worden doorgaans gemanaged door de stichting Sinti Music waar ze een warme samenwerking mee heeft.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

NIEUWS